Hoe we samen kunnen werken aan meer resultaat

BIM’t eer ge begint, maar bezint eer ge BIM’t…

We hebben het goed voor elkaar in Nederland. We hebben uitgebreid nagedacht over alles wat er nodig is om te BIM’en. Toch zijn de echt geslaagde BIM-projecten op de vingers van een paar handen te tellen. Wie gaat dit oplossen en hoe? Tijdens een ronde tafel-discussie op het congres ‘Gamechangers in de bouw & infra’ van het Bouwgenootschap stelde ik deze vraag ook. Vele ideeën kwamen aan de orde. Maar datgene wat er uitsprong was eigenlijk heel simpel: er moet bewijs komen. Een stuk over de basis van BIM en hoe we samen kunnen werken aan meer resultaat.

Marc Verhage

Waar staan we nu? Er zijn organisaties die zich bezighouden met het promoten van en informeren over BIM, zoals de BIR en het BIM Loket. We hebben kennisinstituten die zich bezighouden met standaarden om informatie vast te leggen, te coderen, uit te wisselen en op te slaan. We hebben met elkaar afgesproken met welke standaarden we in Nederland gaan werken, zoals de NL/SfB, de basis ILS en IFC. We hebben woordenboeken om ervoor te zorgen dat we elkaar begrijpen zoals CBNL en BSDD. Protocollen, kenniskaarten, BIM-organisatiebeschrijvingen en zelfs initiatieven vanuit de overheid en brancheorganisaties zien het levenslicht. Op hoog niveau worden verwoede pogingen gedaan om tot afspraken te komen in een digitaal stelsel. Allemaal prima zaken, waardoor er een stevige basis ligt onder BIM’end Nederland.

Oneindige baten

Over de baten hebben we met elkaar goede ideeën. Wanneer je een bouwproject volledig in BIM voorbereidt, reduceren we faalkosten, met wel percentages tot 30%. Sommige bouwwerken kunnen alleen maar gerealiseerd worden met de inzet van BIM. Omdat ze bouwkundig zeer ingewikkeld zijn of omdat de logistiek anders niet te plannen is. Met zogenaamde Digital Twins worden gebouwbesturingssystemen aangestuurd. Prefab, 3D printen, machinesturing, VR, AR…; allerlei technologische oplossingen met mogelijke koppelingen aan BIM-modellen. Exploitatie, beheer en onderhoud, restauratie en renovatie, worden ondersteund door as-built modellen. En niet te vergeten Circulair bouwen. Het gebouw als magazijn voor grondstoffen. Het materiaalpaspoort van het Madaster wordt gekoppeld aan modellen, zodat duidelijk is wat er waar in een bouwwerk zit en waarom. En tot slot, het gebouw als big data-bron. Gebouwen vol sensoren, gekoppeld aan een model, zodat exact bekend is hoe een gebouw wordt gebruikt. Het levert relevante informatie voor diverse toepassingen op. Gekoppeld aan blockchain, wordt ook exploitatie, verhuur en verkoop gefaciliteerd. Kortom, the sky is the limit met BIM.

Maar…

Helaas is de praktijk weerbarstiger dan de theorie. Aan bovenstaande zaken heb ik ruim vijf jaar mee mogen denken en werken. Ook ik ben enthousiast geworden over de nieuwe mogelijkheden door andere samenwerkingsvormen, samenwerkingsprocessen en informatiemanagement ondersteund door nieuwe technologieën. Ook ik heb over de potentie van BIM gesproken en doe dat nog steeds. Ik geloof er in. Ik ben van mening dat als we niet heel snel in Nederland overgaan op een compleet andere manier van bouwen, we voorbij worden gestreefd. Door andere landen waar de adoptie al veel verder is (India, China,…) of disruptors waarvan je het eigenlijk niet verwacht, maar waarvan iedereen inmiddels wel al weet dat dit eraan zit te komen (Google, Amazon, IKEA…).

En toch zijn de echte geslaagde BIM-projecten op de vingers van een paar handen te tellen. Ja, er wordt zeker volop geBIM’t in Nederland. Je kunt er nu al bijna niet meer omheen. Maar de potentie wordt niet benut, doordat het BIM’en nog niet in de genen zit van de bouwsector. In onze dagelijkse praktijk zien we veel projecten waar geBIM’t wordt ‘omdat het moet’. Het moet van de opdrachtgever, van de hoofdaannemer of van de directie. In dit soort projecten is iedereen ongelukkig. De projectmanager, omdat hij er eigenlijk niets van begrijpt en enkel de kosten ziet oplopen in zijn project, terwijl hij juist wordt afgerekend op winst. De werkvoorbereider, omdat hij het liefst platte tekeningen heeft. De ontwerpleider, omdat hij ‘geen voortgang’ ziet vanuit de modelleurs. En uiteindelijk ook de modelleur, omdat hij de zwarte piet krijgt toegespeeld voor alle fouten, vertragingen en kostenoverschrijdingen die op het project ontstaan.

Waarom dan BIM

De meest gestelde vraag aan onze BIM-coördinatoren is: “Kan je er ook een pdf van maken?” De meest gehoorde klacht: “Het wordt veel te duur.” En dat laatste klopt. Wanneer BIM niet wordt ingezet zoals het zou moeten en waardoor ten volle geprofiteerd kan worden van de theoretische baten, kost het alleen maar meer. Bovendien vallen de baten vaak bij andere afdelingen of partijen. De kosten en baten liggen vaak dus niet bij dezelfde entiteit. Wat ook vaak wordt vergeten: waarom wordt er geBIM’t en wat bereiken we ermee? En dus stoppen we oneindig veel details en informatie in het model. De LOD’s vliegen dan in de rondte, maar waarom wat tot op een bepaald detailniveau moet worden uitgewerkt is onbekend. Ook lopen ontwerp, engineering, BIM en realisatie vaak parallel aan elkaar, waardoor er wijziging op wijziging komt, die telkens opnieuw gemodelleerd moet worden. Of omdat het model gisteren klaar moest zijn omdat vandaag de bouw moet starten, worden modellen afgeraffeld en niet gecontroleerd, met alle ellende van dien. Kortom, er wordt wat aangemodderd in de praktijk. (alle goede voorbeelden uitgezonderd uiteraard, want die zijn er weldegelijk).

Conclusies uit de praktijk

  1. Het businessmodel staat het succes van BIM in de weg. Kosten en baten liggen bij andere partijen.
  2. Men heeft geen visie op het gebruik van BIM en doet maar wat, waardoor de potentie van BIM niet benut wordt en er enkel teleurstellingen zijn.
  3. Projecten/projectleiders worden verkeerd ‘afgerekend’. Beoordeling en beloning achterhaald.
  4. We hebben last van:
    • een 7000 jaar oude cultuur, “We doen het altijd al zo…”;
    • een generatiekloof;
    • de wet van de remmende voorsprong.
  5. Het gaat weer te goed in de markt, waardoor een niet-BIM project de voorkeur heeft.

Wie gaat dit oplossen en hoe?

Dat bewijs moet er komen, bleek ook wel tijdens de ronde tafel-discussie. En dan niet in de vorm van mooie geweldige gebouwen. Maar een vergelijkbare businesscase met financiële kosten en baten. En dan bij voorkeur afgezet tegen een zelfde case die zonder BIM is uitgewerkt. Kortom: neem een project en werk die van kop tot staart op twee manieren helemaal uit en reken alles door. En wie zal dat betalen? Wellicht dat juist hier door instanties als het BIM Loket en BIR in geïnvesteerd moet worden. Wanneer dit bewijs er is, zullen vele ‘ongelovigen’ overtuigd raken. Tenslotte is ‘eerst zien dan geloven’ voor velen in onze sector nog steeds het adagium.

Daarnaast moet er meer aandacht komen voor de cultuur en processen in plaats van enkel voor techniek en standaards.

Tot slot geldt voor iedereen die besluit toch iets met BIM te doen. Al dan niet (nood)gedwongen: “Bezint eer ge BIM’t”. Denk na wat je wilt bereiken. Waarom ga je BIM’en. Welk detailniveau hoort daarbij en hoeveel ben je bereid te investeren. Wat zijn de KPI’s die je gaat volgen en wanneer en hoe stuur je bij? Wat heb je nodig aan rollen en taken en bevoegdheden en hoe ga je die invullen. Wat doe je zelf en wat besteed je uit. Kortom: maak een plan en ga niet zomaar aan de slag. Dat voorkomt in ieder geval teleurstellingen en leidt waarschijnlijk tot gerichte resultaten. En áls je dan besluit te gaan BIM’en, doe het dan voordat je begint met bouwen. Profiteer optimaal van de kansen die het werken met BIM biedt. Dus: BIM’t voordat je begint, maar bezint voor je BIM’t…